Orang belanda gaat naar Aceh

Heel stil lig ik op mijn smalle bedje in de losmen (soort hostel). Een benauwd kamertje waar een eerdere logé verveeld zijn liefdesverdriet op de muur getekend heeft. De plafondventilator draait even verveeld in de rondte, het is slechts een verplaatsing van warme lucht. Een mot vliegt telkens daas tegen het met gaas bedekte miniraampje. Het is niet te harden, mijn hersens timmeren tegen mijn schedel en het klamme zweet breekt me uit. Gehuld in een sarong slof ik naar de gemeenschappelijke badkamer en schep koud water uit de mandiebak over me heen. Druipend ga ik weer terug naar het zweetkamertje waar ik roerloos ga liggen en uiteindelijk in een diepe slaap val.

Typische badkamer en mandibak Aceh

Bij het wakker worden ligt de mot verstijfd op mijn hoofdkussen, zijn inspanningen zijn hem noodlottig geworden. Na wederom een bezoek aan de mandiebak ben ik er klaar voor. De reis, die maar weinig vrouwelijke backpackers ondernemen in 1990, gaat naar de hooglanden van Aceh waar vrienden op een koffieplantage in Pondok Gajah wonen.

Mireille Aceh

Lonely Planet wijst me de weg naar het busstation van Medan. Chaos tref ik aan; het krioelt er van de mensen waaronder schreeuwende kleinhandelaren die bedrijvig heen en weer lopen. Bussen jakkeren af en aan. Het overweldigt me maar niet te lang, ik stort me in de menigte en ga op zoek naar de ‘long distance aircon deluxe bus’ met bestemming Biruen. Het is pas zeven uur en het zweet loopt al in straaltjes langs mijn rug, het is alsof ik aan een ‘Wet T – shirt wedstrijd’ mee doe. Vriendelijk wordt mij van alle kanten op de juiste bus gewezen, een hulp hijst mijn rugzak het dak op van de al hevig ronkende bus. Ik stap in, maar wat is dit? Een vrieskist?! Medepassagiers zitten reeds kleumend in hun stoeltjes. Ik zie dat ik de enige ‘witgezicht’ oftewel orang belanda ben. Dat valt mijn medereizigers óók op, ik word nieuwsgierig bekeken. “Orang belanda! orang belanda!” hoor ik om me heen en mijn natte T – shirt bezorgt mij een ongemakkelijk gevoel in deze streng islamitische streek. Ik duik mijn stoeltje in, rillend van de kou en moeizaam omdat de stoelmaat ingesteld is op een Indonesische lengtemaat. De ronkende vrieskist verandert in een muzikale ijskast, de bandrecorder staat keihard aan. Na enige uren hobbelen en genietend naar buiten kijken ontstaat er een vervelende sensatie in mijn lijf, het is mijn volle blaas die door het roekeloze rijden door mijn onderbuik stuitert. Op het moment dat ik denk: straks heb ik een natte stoel, wordt er gestopt. “Kamar kecil!” roep ik duidelijk in nood. Aan de hand word ik naar een kamertje gebracht. Enigszins verbaasd, met de benen in krampstand, zie ik geen wc, alleen een mandiebak, een gat in de muur en twee plastic teilen met vaat bij een deuropening zonder deur… “Kamar kecil?”, vraag ik. Het antwoord is een grote grijns en een handgebaar richting het multifunctionele kamertje waar ik sta. De restaurateur denkt vast, die oerang blanda schaamt zich! Er wordt een stoel in de deuropening geplaatst. Opgelost, een stoeldeur! Ik loop naar het gat in de muur, zet me op mijn hurken en… pffiew, wat een opluchting! Nadat ik mijn slippers, vloer en ‘t muurgat schoon spoel stap ik duizend keer dank zeggend door de stoeldeur.

Aceh sate langs de weg bus reis

Na een reis van 8 uur in mijn Deluxe-jukebox-ijskast op wielen kom ik aan in Biruen. De bus voor Takengon blijkt een maatje kleiner en minder deluxe te zijn, zeg maar rustig een rammelbak met links en rechts ontbrekende ruiten. De kleine chauffeur kijkt me aan en wijst mij de stoel voorin met voldoende beenruimte. Blij ga ik zitten, kijk rond en denk dit is wel de beste plek, bof ik! Hortend en stotend komt de bus brullend tot leven, de bandrecorder gaat weer voluit aan…aiaiai…De speaker hangt pal boven mijn hoofd! Rap ontdek ik dat die mooie stoel verre van een fijne plek is. Ik vraag me af of het wel veilig is, zo met mijn neus dicht op de voorruit en dat zou nog niet zo erg zijn, maar mijn buurman de chauffeur is een snelheidsduivel die het stuur nonchalant met één hand vast heeft, de ander hangt achteloos uit het raam…. Ooooohhh, jeremieer ik van binnen bij iedere wilde slalom. Het gaat langs loslopende hangbuikzwijntjes, kippen en geiten en dan…. gierende remmen voor een onoplettende becak-bestuurder! Regelmatig duikel ik zo goed als door de voorruit wanneer de bus tot stoppen wordt gedwongen. De bruggen over de woeste rivieren zijn niet veel meer dan een paar aan elkaar gebonden planken, rammelend komen we iedere keer aan de overkant. Binnen een uur belanden we in een wolkbreuk. Als een amfibie maakt de bus twee enorme waterbogen over het overstroomde wegdek. En ik, jawel, ik doe meteen weer mee met de ‘wet T – shirt – wedstrijd’ in die lege “mooie stoel” bij het ontbrekende raam. Tja, de onnozelheid van een buitenlandse reiziger. Zo snel als de hoosbui startte, stopt die weer en geniet ik van het Sumatraanse plattelandsleven. Er wordt letterlijk op straat geleefd. Regelmatig zie je rieten matten met koffiebonen en hete pepertjes drogen in de zon. Ik blijf me verbazen over de hoeveelheid dieren en kinderen die her en der lopen zo dicht langs de ‘snelweg’. Kortom het toneel des levens passeert me.

Rijst Aceh

“Fluop fluop fluop fluop” de bus zwabbert, er wordt gestopt. Een band aan flarden. Een enerverende reis wordt het wel. Nou zou je denken dat een band wisselen een fluitje van een cent is, maar niets is minder waar. Iedereen lijkt zich ermee te bemoeien. Hurken, kijken, debatteren, klooien, roken…een uur verder zit iedereen weer en gaan jukebox en airco weer aan. Tijdens deze bandreparatie – pauze moest er natuurlijk weer geplast worden. Op mijn vraag naar een ‘Kamar kecil’ word ik door een aantal dames begeleid naar een hok met één goot. Er wordt naar de plasplek gewezen, de behulpzame dames zien mijn twijfel en trekken gezamenlijk de sarongs omhoog en hurken boven de goot, zes paar ogen zijn op me gericht. Toe dan maar, de broek omlaag en naast de dames… en dan zijn alle kijkers gefixeerd op die ongekend witte orang belanda billen. Hmmmm…..probeer dan maar eens te plassen!

Biruen

In het holst van de nacht arriveer ik in het donkere Takengon. En nu een slaapplek en eten. Oerang belanda spreekt weinig Indonesisch dus boor ik al mijn mimische talent aan om mijn bedoelingen duidelijk te maken. Uiteindelijk kom ik aan bij het hotel. Het blijkt het enige te zijn. Na een overnachting tussen psychedelisch gebloemde lakens met heel veel muggen krijg ik nasi met visjes, vlees, groente en sterke koffie voor ontbijt. Dan wandel ik nogmaals naar de bus, de hoofdstraat is een vieze modderboel en ik ben een bezienswaardigheid met mijn rugzak. Ditmaal is het vervoermiddel een twaalf persoonsbusje waarvan het voorgeschreven aantal mensen ruimschoots is overschreden. Een toom nog levende kippen wordt onder mijn bank geslingerd, de toko kar naast het busje wordt samen met enkele grote manden het dak opgetakeld. Uit een mand steken twee oren en een snuit….die van een varken. Claxonnerend rijden we weg, vier mannen hangen half uit de open deur, het imperiaal opgestapeld even hoog als de bus is en binnen kan er geen kind kip of varken meer bij. Al vlot zijn we omgeven door het bekende kretek kruidnagel rookgordijn en het Indonesisch levenslied galmt door de stuiterende bus. Het is een dolle boel, lachen met mijn Indonesische medereizigers of beter gezegd, lachen om mij, Orang BelandÀÀÀHH. En zo slingeren we door de bochten, langs mensen en veestapels al toeterend de bergen in naar Pondok Gaya.

Markt Liesje Aceh Kippen

Wanneer alle twintig medepassagiers ‘Gayah!!!’ brullen, weet ik dat we er zijn. Vriendin Liesje ziet eerst een busje zijn Indonesische inhoud legen en vervolgens stapt de verfomfaaide Mireille uit. Ik ben er! Grote omhelzing en al kletsend gaan we via de markt een kippetje en groente uitzoeken voor ons eten later. Oeps, de kip gaat levend mee en ligt fladderend achterin de auto. Pasuleman, de chauffeur met een echte auto (chique 4 wheel drive) rijdt ons zwijgend naar ‘huis’. Wat een heerlijkheid en wat een rust! Nog verder de bergen in arriveren we op het koffieproject en stoppen we bij een heus (voormalig) plantershuis. Daar staat Karel op het gazon! Wat een onthaal, we zitten uren aan tafel, elkaar verhalen vertellend onder het genot van vele koppen koffie. Mijn reisavonturen, verhalen van vroeger over mijn ouders en zo meer én er ligt post van thuis op mij te wachten. Ik geniet, het is vertrouwd en fijn na maanden low-budget backpacken; het voelt alsof ik even thuis ben bij mijn ouders. De volgende dag maken we pas verdere plannen.

Nawoord: Dit blog heb ik geplaatst ter nagedachtenis aan Karel en Liesje, Karel overleed 11 nov 2015, Liesje 31 aug 2015

Huis Liesje Karel Aceh

Huis van Karel en Liesje op de Koffie plantage in Pondok Gaya

Meren van Aceh

Omgeving In Aceh

Meren Aceh

Omgeving Aceh

Pondok Gajah Aceh

Pondok Gaya

Mireille Liesje Karel Aceh

Eten Met Karel Liesje en Pasuleman

Markt Aceh

Markt Aceh

Aceh vismarkt

Markt Aceh

Advertisements

2 responses to “Orang belanda gaat naar Aceh

  1. Wat schrijf je toch mooi! En een mooi eerbetoon aan Karel en Liesje. Ik heb zelf ook in die tijd met rugzak door Indonesië gereisd, met een vriendin. Dus heel herkenbaar, er kwamen veel herinneringen terug tijdens het lezen. Dank je wel!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s